Waarom schakelt mijn installatieautomaat af?

Om te begrijpen waarom je installatieautomaat afschakelt, is het handig om eerst uit te leggen wat een installatieautomaat precies is, en wat hij doet. Een installatieautomaat is in de volksmond ook wel bekend als een ‘groep’ in de groepenkast. Je vindt hem daarom in iedere groepenkast terug als een van de meest voorkomende componenten. Een installatieautomaat, of groep, beveiligt het stroomcircuit van een deel van een woning of een reeks zwaardere apparaten, zoals bijvoorbeeld een vaatwasser.

Het meest gangbare product is een installatieautomaat met B16 in de omschrijving. Deze is voorzien van een B-karakteristiek, wat wordt gezien als een standaard automaat. 16 staat voor 16 ampère, wat betekent dat hij een nominale stroom heeft van 16 ampère. Voor zwaardere of specifieke toepassingen zijn er ook andere soorten automaten beschikbaar. Doen er zich onregelmatige of onnatuurlijke situaties voor, dan schakelt de automaat af. Dit doet een installatieautomaat om het elektrische circuit in de woning te beschermen.

Een dergelijke situatie kan ontstaan door een aantal redenen, bijvoorbeeld overbelasting of een onvoorzien defect. Hieronder lees je de drie meest voorkomende redenen waarom je installatieautomaat afschakelt.

Overbelasting

Vaak is overbelasting van het circuit een reden voor afschakeling. Een automaat schakelt af wanneer er meer stroom doorheen moet dan zijn maximumcapaciteit is. Wanneer er in een woning meerdere apparaten met een bepaald stroomverbruik op dezelfde groep zijn aangesloten, treedt het interne detectiemechanisme in werking. Dit mechanisme wordt geactiveerd wanneer het piekvermogen wordt bereikt en schakelt dan direct af.

Dit is ook een belangrijke reden waarom zware apparaten (bijvoorbeeld in de keuken) een eigen groep hebben. Schakelt je groep af door overbelasting, dan is het eenvoudig om deze weer aan de praat te krijgen. Zet de apparaten die aangesloten zijn op de automaat uit en schakel de groep in de groepenkast weer in.

Kortsluiting

Kortsluiting is een van de grootste oorzaken van stroomstoringen in woningen. Het wordt kortsluiting genoemd wanneer twee elektrische draden met elkaar in aanraking komen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer de isolatie van een installatiedraad zwakker wordt. De stroomsterkte rond deze plek neemt toe met warmteontwikkeling als gevolg. Wanneer deze stroom een andere stroomdraad bereikt, kan de stroom feitelijk alle kanten op.

 

Een installatieautomaat detecteert kortsluiting en schakelt dan af. Als de kortsluiting niet gedetecteerd wordt, kan er naast een gevaarlijke situatie ook nog eens brand ontstaan, met alle gevolgen van dien. Door de betreffende automaat af te schakelen wordt de stroomtoevoer gestopt en neemt de warmteontwikkeling vanzelfsprekend af. Het is eenvoudig om een kortsluiting te signaleren omdat deze gepaard gaat met een sterke brandlucht die zelfs van een afstand kan worden waargenomen.

Kortsluiting komt vaak voor bij defecte apparaten. Daarom is het belangrijk om altijd zorgvuldig om te gaan met de snoeren van apparaten. Let erop dat snoeren niet knakken of klem komen te zitten. Hierdoor verweert de isolatie en wordt de kans op kortsluiting vergroot.

Defecte bekabeling

Een minder voorkomende reden is dat de bekabeling achter de muur niet meer in goede staat is. Eigenlijk gebeurt er dan hetzelfde als bij reguliere kortsluiting, alleen zie je dit vaak niet aankomen. Omdat het probleem zich hoogstwaarschijnlijk achter de muur afspeelt, is niet direct duidelijk wat de oorzaak is van de uitgevallen groep.

Door het opnieuw inschakelen van de automaat wordt het probleem ook niet opgelost. De automaat zal dan wederom binnen korte tijd afschakelen. De kans is groot dat het probleem zich dichtbij een schakelaar of wandcontactdoos, maar zeker weten doe je het niet. Om het probleem rond de defecte bekabeling op te lossen, moet de stroomtoevoerkabel hoogstwaarschijnlijk vervangen worden. Wij adviseren daarom om deze werkzaamheden altijd uit te laten voeren door een elektricien.